Vrouwen in 't Zwart Leuven - België

Femmes en Noir - Frauen im Schwarz - Women in Black - Mujeres de Negro - Donne in Nero - Zene u Crnom
english

home

wie zijn we

kerngroep

geschiedenis

internationaal

haar verslag

agenda

foto's

links

contact

de Internationale Mensenrechten Mars van Vrouwen
Israël en Palestina , Tel-Aviv - Jeruzalem

20 december 2003 – 10 januari 2004

tekst en foto's: Marianne van de Goorberg, 17 februari 2004

“never doubt that a small group of citizens can change the world,

indeed it is the only thing that ever has”

woorden van Margaret Mead en lijfspreuk van Gila Svirsky, vredesactiviste en WiB van het eerste uur uit Jeruzalem

KEEP KNOCKING !

Woensdag 14 januari 2004:
Daarnet hoorde ik op de radio over de zelfmoordaanslag van vanochtend in Gaza bij het Erez –checkpoint, een jonge Palestijnse vrouw, moeder van 2 kinderen, heeft gewacht totdat de Palestijnse werkers door het checkpoint waren en heeft zich dan opgeblazen. Trieste balans: zijzelf dood, 4 Israëlische soldaten dood en 7 gewonden. De actie werd opgeëist door Al Aqsa en Hamas. 10 dagen geleden waren wij daar...

Maandag 4 januari 15.30u : De Palestijnse werkers keren terug van hun werk in Israël. Meer dan 20.000 mannen en heel weinig vrouwen moeten elke morgen en avond een procedure van twee uur of meer doorstaan om te kunnen gaan werken. ‘s Morgens mogen ze niets meenemen, nog geen sandwich. Als ze het checkpoint gepasseerd zijn dan zijn ze nog niet op hun werk of thuis, vaak moeten ze nog 100 km met de sherut (mini-bus). Mieke spreekt nog wat Arabisch en Hebreeuws, van een oudere vrouw en een man komen we het volgende te weten: hij moet om één uur opstaan om op tijd op zijn werk te zijn. ’s Avonds om negen uur is hij thuis. Dat betekent vier uur per dag voor zijn gezinsleven. Dan behoort hij nog tot de ‘gelukkige 20%’ die werk heeft. In Gaza is een werkloosheid van 80% en 87% van de bevolking leeft onder de armoedegrens van 2 dollar per dag. Onbeschrijfbare gevoelens gaan door me heen bij het zien van al die hollende mannen naar de kooi, lange tunnels achter prikkeldraad, de stroom houdt niet op.

Onafgebroken rijden de busjes af en aan… mannen stappen uit en beginnen meteen te hollen naar de tunnels, enkelen kopen wat fruit of brood bij de handelaars onder schamel tentdoek of in de open lucht. Ik heb die dag veel tranen gelaten, na het zien van die opgejaagde mensen. Onbegrijpelijk dat de wereld dit toelaat . Gaza is een kooi, mensen hebben niet genoeg te eten, geen werk, de kindersterfte is er hoog, gebrek aan scholen.
Wat kunnen we doen ? Wat kan ik doen ?

top

AANKOMST IN TEL-AVIV vrijdag 2 januari 2004

Tel-Aviv, druk verkeer, palmbomen, een stad aan de Middellandse zee. Zoals afgesproken staat Vera (van het Israëlisch comité) ons op te wachten. We nemen een sherut naar Jeruzalem en maken kennis met een viertal Noorse vrouwen die ook met ons meerijden. In het busje horen we waarom we zolang moesten wachten op Mieke en Rut: bij het afstempelen van haar paspoort zei Mieke “ geef meteen ook een stempel voor Gaza”, ze werden direct meegenomen voor een gedetailleerd onderzoek van bagage en persoon.

Via route nummer één rijden we naar Jeruzalem. Israël, het heilig land, het beloofde land, zoals beschreven in de bijbel. Het landschap lijkt op dat van sommige regio’s in Frankrijk, droog, rotsachtig, pijnbomen…het ziet er vredig uit. Het is moeilijk te beseffen dat we door brandhaard nummer één van het Midden-Oosten rijden.

JERUZALEM eerste kennismaking:
We logeren in Hotel Imperial bij Jaffa Gate Oost-Jeruzalem in het moslimgedeelte van de oude stad. Vergane glorie in een voormalig Koptisch klooster uit de late 19 e eeuw, een doolhof met 45 kamers, grote zalen, hoge plafonds. Het is er koud. We krijgen een kamer voor 4 toegewezen, beneden een tweepersoonsbed en de badkamer en op de ingebouwde verdieping 3 eenpersoonsbedden. Kleine elektrische kacheltjes moeten de ruimte verwarmen. We maken daar in de loop van de week gretig gebruik van.

Jammer dat we niet vroeger aangekomen zijn, Women in Black Jeruzalem hield deze middag haar jaarlijkse grote wake op Zions’ square. Daar waren we graag bij geweest. In ditzelfde Jeruzalem is Women in Black 15 jaar geleden ontstaan uit protest tegen de bezetting. Zij houden nog steeds elke vrijdagmiddag, hier op de plaats van het conflict, hun stille wake tegen de bezetting ,tegen het geweld en voor een rechtvaardige vrede. Moedig.

We worden aan tafel uitgenodigd door Gila Svirsky, vredesactiviste en mede-oprichtster van Women in Black. Zij introduceert Rabbi Na’ama Kelman van ‘Judaïsme met een geweten’, zij maakt ons wegwijs in de Joodse gebruiken op de vrijdagavond. Een vrouwentewerkstellingsproject maakte het eten klaar, het is gevarieerd en lekker. Ann Finkelstein uit de USA heeft een lied gemaakt tegen de bezetting en studeert dat met ons in. Kori Kobberod, uit Noorwegen toont ons haar vredesband, een breiwerk van 500 meter lang. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de vredesband van het uiterste noorden tot het uiterste zuiden van Noorwegen moest reiken maar zover zijn ze niet geraakt. We maken kennis met elkaar en het programma van de volgende dag wordt besproken. Wij rekenden erop naar de Negev te vertrekken voor twee dagen, maar het programma is gewijzigd, we beginnen zaterdag met een vrije voormiddag, in de namiddag komt dr Katz spreken over de gevolgen van het conflict voor de economie van Israël en ’s avonds komen drie vrouwen uit Joodse Nederzettingen in bezetgebied ons vertellen waarom zij in deze Settlements willen wonen.

Na de vergadering gaan we te voet naar een fuif in het Womens Centre in King David street. We vermaken ons daar tot een uur of elf en nemen een taxi terug naar ons hotel.

Zaterdag 3 januari 2004. Tijdens het onbijt maak ik kennis met Christos, vriendin van Lieve, en geeft haar Lieves beste groeten. Ze voelt zich niet goed en zit met twijfels over sommige deelneemsters aan de mars. Vooral de reacties van enkele vrouwen na beklijvende bezoeken aan vluchtelingenkampen zitten haar dwars. Zij hebben precies iets anders gezien dan wat zijzelf ervaren en begrepen heeft. Ze zal haar indrukken verwerken in haar gedichten. Christos krijgen we deze week niet al te veel te zien. Ze blijft ziek op haar kamer.

Met Marie-Jo, een Française die hier de weg kent, wandelen we van Jaffa-Gate naar de Klaagmuur, de heilige plaats voor de Joden, zo vaak gezien op foto’s, films en tv, maar om hier nu werkelijk te staan …..Via een veiligheidscontrole mogen we het terrein op. De muur is oud en zo’n achttien meter hoog, we staan aan de vrouwenkant en zien jonge en oude vrouwen, kleine kinderen bidden voor de muur met in de ene hand hun versleten gebedsboek en hun andere hand tegen de muur. Enkele meisjes lijken in trance , ze bewegen hun lichamen op en neer en lezen hardop de tekst uit hun gebedenboek. De spleten van de muur steken vol briefjes. Ik steek mijn briefje met mijn wens bij de andere.

We lopen terug door de souk, een doolhof van smalle straatjes, gedeeltelijk overdekt, met aan weerszijden handeltjes. Mieke is meteen weg van een zalmrose behandwerkte blouse. We krijgen thee aangeboden en de eigenaar vertelt dat de settlers zijn winkel komen vernielen, omdat hij zowel christelijke, joodse als mohammedaanse eredienstvoorwerpen aanbiedt en omdat hij weigert zijn pand aan hen te verkopen. We zien kartonnendozen vol gebroken aardewerk en ook de glazen van de vitrinekasten zijn beschadigd. De politie doet niets en stelt alleen de schade vast. Ik geloof dat zijn verhaal echt waar is. Mieke koopt de blouse en we gaan verder. Het is moeilijk om niet in te gaan op de uitnodiging van de handelaars om hun winkel binnen te gaan. We wandelen door de Via Dolorosa en bezoeken de 1 e statie waar Pilatus Jezus ter dood veroordeelde. Ook hier veel mannen die zich aanbieden als gids. We lunchen in Al Tawfic restaurant met een gemengde salade, alfalfa balletjes en natuurlijk het overheerlijke brood.

top

Dr HANNA KATZ over de gevolgen van de bezetting voor Israël:

Terug in het hotel luisteren we naar Dr Hannah Kätz, econome. Ze vertelt over de economische situatie waarin Israël geraakt is met de bezetting. De economie gaat achteruit, er gaat veel te veel geld naar het leger, de settlements, de bescherming ervan door het leger en dan nu naar de muur. Jerusalem is een van de armste steden van het land geworden met een hoge werkloosheidsgraad. Ze heeft het over de verliezen aan beide kanten, over de soldaten in het Israëlische leger en de gevolgen van hun ervaringen voor de maatschappij (meer geweld). De vergelijking die ze maakt tussen het aantal doden door de bezetting (legeracties, zelfmoordaanslagen…) en het aantal doden door auto-ongevallen sinds 1948 vind ik ongepast. Ik denk dat het niet zo slecht is dat de economie van Israël achteruit gaat, dat is misschien de enige manier om een beweging van onderaf op gang te krijgen en de oppositie tegen de huidige politiek sterker te maken.

Donderdag 15 januari 2004: Vanmorgen, tijdens mijn dagelijkse wandeling, kwam ik, zoals zo vaak, dezelfde drie wandelaars uit mijn buurt tegen: “Kan het zijn dat we u maandag op de ROB (Regionale Omroep Brabant) gezien hebben? Dus u bent daar geweest, hoe is het daar ?” Ik vertel dat de mensen aan beide zijden wanhopig zijn, dat de toestand dramatisch is. Zij vergelijken het met de bezetting tijdens de tweede wereldoorlog. “Stel je voor dat de Duitsers hier nog zaten. Is het nou echt niet op te lossen daar ?”. We lopen ieder onze kant uit en ik denk aan de zaterdagavond drie januari met de drie vrouwen uit settlements.

top

ONTMOETING MET DRIE VROUWEN UIT JOODSE NEDERZETTINGEN IN BEZET GEBIED zaterdag 3 januari 2004

Deze informatieve vergadering is er gekomen op vraag van een aantal vrouwen uit ons midden die ook de andere kant willen belicht zien. Gila heeft drie vrouwen bereid gevonden om te komen getuigen en beklemtoont dat deze vrouwen heel moedig zijn om voor ons , tot het andere kamp behorend, getuigenis af te willen leggen. Zij vraagt ons om kalm te blijven, het heeft geen zin om hen van overtuiging proberen te veranderen dat lukt toch niet.

Voor ons zitten de drie vrouwen. Ze vertellen over hun leven in Israël en waarom ze temidden van de Palestijnse gemeenschap, in bezet gebied, willen wonen. Ruth, Amerikaanse, kwam vier jaar geleden naar Jerusalem en woont in het Jewish quarter van Jeruzalem. Ze is zeer agressief , haalt God overal bij en gooit met bijbelteksten. Jeruzalem is voor haar onbespreekbaar. Bagka woont ook in het Jewish quarter, een zeer fundamentalistisch vrouw. Jael, generaties (1905) lang in Israël woonde eerst in de Golanhoogte en woont nu in een settlement in bezetgebied met een soldatenpost op haar dak.

We worden overdonderd door bijbelteksten waaruit moet blijken dat zij recht hebben op het heilig land. Ze gebruiken het woord Arabieren i.p.v. het woord Palestijnen (pas na een uur noemt een vrouw het woord Palestijn met eraan toegevoegd: zoals jullie die noemen) en werpen op dat zij enkel dit land hebben om zich veilig te voelen en dat er 27 Arabische landen zijn om de Palestijnen ,zoals jullie die noemen, op te vangen, waarom doen die landen dat niet. Elke vraag van onze kant wordt beantwoord met een tekst uit de bijbel en de raad dat als we de waarheid willen zoeken we veel werk in het vooruitzicht hebben. Op een gegeven moment, als Jael aan het vertellen is hoe ze in het bezit kwam van de woning waarin ze nu woont, kan Gila zich niet inhouden en houdt een betoog over hoe de settlers werkelijk in het bezit zijn gekomen van de huizen: door intimidatie en met geweld werden de oorspronkelijke bewoners uit hun huizen verdreven en vestigden de settlers zich erin en bouwden nieuwe steden midden in Palestijns gebied.

Aan beide kanten zijn er extremisten en fundamentalisten die een oplossing voor een rechtvaardige vrede in de weg staan. Veel bewoners van de settlements werden gedwongen om daar te gaan wonen zoals bv de Russische joden. Uit recent onderzoek blijkt dat 80% van de bevolking van de settlements in Israël wil wonen, 18 % wil in Israël wonen mits financiële compensatie en 2% van de setlers wil koste wat kost in de settlement blijven . Zondagavond 11 januari hebben nog 120.000 mensen betoogd in Tel-Aviv tegen een eventuele opgave van de settlements.

In Israël wonen ook bevolkingsgroepen die niet dezelfde rechten hebben als de overige Israëliërs: zoals de Bedoeïenen. De Bedoeïenen zijn van Arabische afkomst en voornamelijk Moslim.

top

NEGEV : bezoek aan de Bedoeïendorpen Rahat en Lakiya zondag 4 januari

We vertrekken naar de Negev woestijn om een aantal bedoeiendorpen te bezoeken. De eerste plaats die we bezoeken is Rahat, met 40.000 inwoners. De mensen werken in kleine familiebedrijfjes in het stadje maar de meeste werken buiten Rahat. Er zijn veel reclameborden in het Russisch, voor de Russische immigranten uit de omgeving die hun aankopen in Rahat doen. Er is een werkloosheid van 18%, het hoogste in Israël.
De Bedoeïenen leven in een overgangsperiode tussen nomadenbestaan en het wonen in de stad. Je ziet dat aan het straatbeeld. Dichtbij de huizen worden paarden, schapen, ezels en kamelen gehouden. De mest geeft veel overlast. Verder zien we zoals overal in Israël veel autowrakken en vuilnisbelten. Naast de huizen staan er vaak ‘tenten’ waarin het nomadenbestaan wordt voortgezet, maaltijden bereiden op en eten gezeten rond het vuur. Veel mensen zijn teruggekeerd naar de woestijn omdat ze niet konden wennen. Het wonen in een stad betekent namelijk ook dat je belastingen en huur moet betalen en ook moet bijdragen voor algemene voorzieningen zoals water, electriciteit, gezondheidszorg….. Vooral voor ouderen is de overgang heel moeilijk. Voor de Bedoeïenen is het Bedoeïen zijn een manier van leven, het nomadenbestaan met vee. Ze identificeren zich als Palestijnen. De Bedoeïenen zijn Israëlische burgers en volledig vrij om te reizen. Ze worden vanwege hun huidskleur gediscrimineerd. Er is geen dienstplicht, maar als de jongemannen kiezen voor het leger dan worden ze, vanwege hun speciale verbondenheid met de omgeving, vaak ingezet als verkenner, gids om geheime schuilplaatsen te ontdekken.

top

LAKIYA WEEFPROJECT

Het tweede dorp dat we bezoeken is Lakiya. We bezoeken een weefproject voor vrouwen. In een kleine loods wordt de schapenwol weefklaar gemaakt en gekleurd. Bij de start van het project werkten ze met vijf kleuren, nu met 44 , de kleurstof wordt geïmporteerd uit Engeland. De vrouwen ,ook uit niet erkende dorpen, halen het materiaal hier op en werken thuis. Het verdiende geld wordt rechtstreeks aan de vrouwen uitbetaald. Een Schotse marketingdeskundige heeft hen geholpen bij hun marketingplan: website, e-mail, folders, prijzen...

top

BE’ER SHEVA

In de stad Be’er Sheva eten we in een plaatselijk restaurant samen met twee Bedoeïenvrouwen. Rema ,30 jaar, nodigt ons na het eten uit in het huis van haar familie in Tel Sheva, een plaats in de buurt van Be’er Sheva.

We worden ontvangen in een zaal bij de grote woning van Rema’s familie en nemen plaats op de vele kussens langs de kant en in het midden. Er is plaats genoeg voor ons allemaal, meer dan zeventig vrouwen.

Rema werkt in het Navilla-project, een project voor Bedoeïen en Joodse vrouwen. Ze werken aan een goed nabuurschap en strijden voor gelijke rechten voor alle bevolkingsgroepen in Israël, Arabieren, Bedoeïenen en Joden . We worden geïnformeerd over de plaats van vrouwen in de Bedoeïense samenleving. Het stamverband wordt nog gerespecteerd. Als een meisje trouwt gaat ze bij de familie van haar man wonen. Scheiden is gemakkelijk maar wordt niet geaccepteerd. Bij een scheiding moet de vrouw terug naar haar eigen familie en haar kinderen achterlaten bij haar man. Er is veel geweld in de samenleving, ook huiselijk geweld, maar niemand brengt het naar buiten. Ook de eremoord, waarvan vooral vrouwen het slachtoffer zijn, bestaat nog. Rema’s heeft acht zussen en zes broers. Ze komt uit een toonaangevende bedoeïenfamilie. Het feit dat ze ongetrouwd mag blijven, wat haar keuze is, toont de geëmancipeerdheid van de familie aan. We maken ook kennis met haar moeder, enkele van haar broers, zussen en schoonzussen. Rema’s jongere zusje, aanvankelijk in traditionele kleding, later gewoon in spijkerbroek, voorziet ons van thee, nootjes en sinaasappelen. Later schenkt ook een van haar broers thee.

top

OVERNACHTING in TEL SHEVA bij FEDDYA, de mater familias van een Bedoeënfamilie
Voor de nacht worden we met z’n zessen ingekwartierd bij Feddya, oorspronkelijk was het de bedoeling dat we in een niet erkend dorp zouden overnachten in een grote tent, maar dit werd drie dagen geleden afgezegd. We worden ontvangen in de ‘tent’ ,een betonnen loods op het erf, waarin Feddya als een ware mater familias breeduit voor het vuur zit ,een gat in de grond, samen met haar kleindochtertje, haar zoon en schoondochter. Het is erg rokerig want Feddya gooit vanalles op het vuur van geverfd hout en spaanderplaat tot plastic zakken… Leen van Groen! heeft hier nog werk te doen. Aanvankelijk denken we dat we hier moeten slapen vooral wanneer de schoonzoon nog met een paar matrasjes komt aandraven. Wij spreken hun taal niet en Mieke probeert te communiceren met haar kennis van het Arabisch en Hebreeuws. We komen te weten dat Feddya 50 jaar is en al vijf jaar weduwe, dat haar kleindochtertje Hegga heet, de zoon vermoedelijk Agel en de schoondochter Hannan, zij is vijf maanden zwanger. Het maakt eigenlijk niet zo uit of we de taal spreken of niet, uit gebaren kunnen we veel opmaken. Ria geeft aan Hegga een tekenblok en kleurstiften en ik geef haar een vel met plakplaatjes. . Hegga begint blij te tekenen, tot mijn teleurstelling gewoon huizen zoals bij ons, met rook uit de schoorsteen, een puntdak en de moeder naast het huis, voor het huis tekent ze de zee. Ik laat haar een tekening in mijn notaboekje maken. Ze schrijft er haar naam in het Arabisch bij. Hegga is een intelligent kind en begrijpt eerder dan haar grootmoeder wat Mieke bedoelt.
We drinken veel zoete thee en na zo’n anderhalf uur worden we uitgenodigd in het grote huis. De familie brengt een overvloed matrassen, dekens en kussens aan in de grote living, waar de zoon naar Eurosport zit te kijken. Het is de bedoeling dat we daar onze slaapplaats inrichten. We denken eerst dat ze hun eigen beddengoed afstaan maar bij een rondgang door de benedenverdieping laat Feddya ons een wandkast vol kussens en ingepakte dekens zien, in een andere kamer ligt een stapel matrasjes. We hoeven ons dus niet beschaamd te voelen. Ze laat ons het huis zien, de keuken volledig ingericht maar ongebruikt ,ze kookt en eet in de ‘tent’, drie kamers en twee badkamers met wc. Er is ook nog een trap naar het terras op de bovenverdieping van het huis.
Feddya komt met een aantal feestjurken binnen, door haar en haar schoondochter geborduurd, één maand over één jurk, we moeten er allemaal een aantrekken en met haar op de foto. Rut krijgt een speciale maagdenjurk aan. Mijn jurk is zwart en heel eenvoudig geborduurd met kleine bloemetjes. Ria is te moe om een jurk aan te trekken of ze wil er geen aan, maar ze neemt de foto.
Hegga komt met twee dikke albums van Hannans bruiloft aandragen. Op de foto’s is de bruid onherkenbaar geschminkt en draagt ze een prachtige jurk. Alle gasten zien er prachtig uit, een bruiloftsfeest in deze families duurt wel een week.

We leggen ons in onze slaapzakken onder de dekens en Feddya en Hegga blijven ook in de living slapen, ze liggen ons lang te bekijken vanuit hun plaatsje. Wat zou er door hen heengaan bij het zien van al die westerse vrouwen ? Ze let echt op dat we goed liggen, Rut lag wat te woelen en nam haar vest om onder haar hoofd te leggen, direct geeft ze Hegga een bevel en komt het kind terug met een kussen dat Feddya bij Rut onder haar hoofd komt leggen.
Ik zet de wekker op half zeven want de bus komt ons om half acht ophalen. Om kwart over vijf roept de imam voor het eerste gebed. Feddya staat om half zes op. Ik sta om kwart over zes op en ben de eerste in de badkamer. Feddya komt binnen en nodigt ons al gebarend uit voor thee in de tent. Tien minuten later komt ze nog eens kijken waar we blijven. Buiten komt de zon op. Ze gaat brood bakken op het vuur. Het deeg lig klaar op een speciale doek. Ze maakt nu een groot vuur met dezelfde ingrediënten als gisteravond en we worden het kot uitgerookt. Ze gooit een grote ronde pan op het vuur met de bolle kant naar boven, maakt deze schoon met papier en giet er water over. Het bakken kan beginnen. Behendig manipuleert ze het deeg tussen haar handen en gooit de ronde dunne lappen op de pan, in enkele minuten is het gaar, de dunne lappen worden opgevouwen en het brood is klaar om te eten. We trekken grote stukken van het brood af en dopen die in een olijfolie-kruidensausje. Er komen veel kleinkinderen ,het is nog schoolvakantie, en de vader van de schoondochter binnen om naar ons te kijken. Om de gastvrijheid te respecteren drink ik ook van de ons aangeboden koffie, flink sterk en gesuikerd in heel kleine kopjes. Het brood wat over is moeten we meenemen voor onderweg.
We schrijven een afscheidsbriefje met onze namen erop als extra bedankje (naast de doos chocolaatjes) en vertrekken met de bus naar Gaza. In de bus horen we dat de families niet betaald wilden worden om ons te ontvangen. Gila geeft in de plaats daarvan 2500 shekel aan het Navillaproject

top

CHECKPOINT EREZ voor toegang tot de GAZA-STRIP

Gaza strip , info van Safwat Diab, Palestijn, studies in Noorwegen, vredesactivist , initiatiefnemer van “adopteer een kind in Gaza” woont met zijn gezin in Gaza: Smalle strook land gelegen in het zuiden van Israël met als grenzen de Negev-woestijn (Israël) , de Sinaï-woestijn (Egypte) en de Middellandse zee. Gaza is een gevangenis met aan de noordkant checkpoint Erez, de ingang voor mensen en de Raffian crossing, de ingang voor het goederentransport. De haven Gaza aan de Middellandse zee is volledig vernield en buiten gebruik. Het aantal inwoners op deze smalle strook land is 1.250.000 waarvan 60% vluchtelingen in 8 vluchtelingenkampen. Er heerst een werkloosheid van 20% en 87% van de mensen leeft onder de armoedegrens van 2 dollar per dag. Van degenen die nog werk hebben werken er 20 tot 40% in Israël, voornamelijk in de bouw (via een speciale in-uitgang checkpoint Erez). De structuren zijn vernietigd, er is niet voldoende te eten, er zijn te weinig scholen, veel medische problemen kunnen niet behandeld worden in Gaza.
Als we binnen raken dan bestaat het twee-daagse programma uit: ontvangst door de Palestijnse vrouwen aan de andere kant van het checkpoint, het bezoeken van bezienswaardigheden, spreken met personen, bezoeken van projecten en het bekijken van de door Israëlische acties verwoeste gebieden. In de laatste 2-3 maanden werden aan de grens met Egypte 2300 huizen vernield en 40 mensen gedood.

Maandag 5 januari: We rijden van Be’er Sheva naar het Erez-checkpoint. In de bus worden we door Gila en Torill verschillende malen geïnstrueerd over de politieke actie die we gaan ondernemen : Geweldloos in woorden en gedrag, flexibel en vriendelijk zijn: de soldaten zijn de vijand niet, geen spandoeken in het begin van de actie, zes vrouwen doen de onderhandelingen. De Noorse groep gaat het eerst, zij beschikken over een visum voor Gaza.

De tweede groep zijn de Fransen, zij beschikken ook over papieren om toegelaten te worden. Naderhand wordt geprobeerd om iedereen binnen te krijgen. Jammer dat Mieke haar stempel niet gekregen heeft in Tel-Aviv, anders mocht ze misschien gewoon doorlopen..
We hebben ook een bestelbusje met voedsel bij ons voor de Palestijnse vrouwen en kinderen, daarvoor werd er twee dagen geleden geld opgehaald bij de marsparticipanten. Dit busje moet via de Raffian-crossing binnen, een zogenaamde back to back levering. Het busje wordt, na toelating, uitgeladen in een speciale loods, de goederen worden stuk voor stuk gecontroleerd en daarna overgeladen in een Palestijns busje. Dat gebeurt zo met alle goederen, zelfs vloeistoffen uit tanks, wat een verspilling van tijd en mankracht.
We komen aan in Erez checkpoint en om 11.15u vertrekt de Noorse groep. We verzamelen ons achter de bus om niet teveel op te vallen, hoewel we natuurlijk al gesignaleerd zijn.
Om 11.45u mogen Torill , Laurie and Adriane naar het volgende punt voor paspoortcontrole. De rest van de groep blijft bij het eerste punt staan. Bij de bus doet Annie uit Sheffield haar Tai Chi oefeningen. Jennifer uit Canada legt zoals elke dag alle gebeurtenissen in haar schetsboek vast en de meesten van ons liggen in de zon tussen de baggage, er gaan bagels rond met kruiden en het overschot van het gebakken brood van Feddya. 12.40 Torill, Laurie and Adriane zijn nog niet binnen, het antwoord is neen, ze contacteren hun ambassades. Om13.35u wordt het duidelijk dat we nooit met z’n allen Gaza binnengeraken.

Inmiddels heeft Jana geregeld dat ons busje met voedsel naar Gaza mag vertrekken. We besluiten om met de bus naar het goederencheckpoint de Raffian-crossing te rijden om te zien hoe het voedsel in een Gaza-truck wordt overgeladen. Aan de crossing is het verschrikkelijk druk, er staan veel vrachtwagens te wachten, de wachttijd kan oplopen tot enkele dagen.Het fruit en voedsel in de trucks is tegen die tijd al aan het rotten. Gila zegt: “dit gaat niet over veiligheid, dit gaat over controle”. Jana heeft contacten met een persoon van het checkpoint en kan tussen de vrachtwagens doorrijden tot aan het controlepunt. We staan met onze bus op een soort rond punt, het ligt er vol prikkeldraad en bergen aarde. Het blijkt dat het Israëlische leger op zoek geweest is naar ondergrondse tunnels, gegraven vanuit Gaza en daarvoor de hele site heeft omgewoeld . We kijken van ver naar het witte busje totdat we het zien verdwijnen achter de trucks. Gsm-contact laat weten dat Jana aan het onderhandelen is met de soldaten, ze heeft vanuit Jerusalem al twee dagen overlegd en nu meldt ze, dat de soldaten heel aardig zijn en dat ze argumenteren of ze elke doos zullen checken.

Ondertussen geeft Safwat Diab een overzicht van de hopeloze situatie in Gaza (zie boven). Enkele uitlatingen: “Wij hebben geen problemen met joden, wij hebben problemen met die Israëli die onze rechten schenden” ook hij zegt “de soldaten zijn ook slachtoffers” en “met een nieuw land moeten we vooruitkijken naar een regering die regeert volgens de mensenrechten” en over Israël “ onze vrienden en buren hebben het recht op veiligheid maar geweld brengt geweld”. Hij wil zijn kinderen leren om van in het begin internationaal te denken. En speciaal voor onze groep “het wordt tijd dat niet alleen politici meepraten over vrede in dit gebied, jullie hebben een boodschap, draag die uit naar de mensen die je ontmoet, naar de Israëli en naar de Palestijnen” Over het akkoord van Geneve “elke beweging naar een rechtvaardige vrede is positief” “ de rechten over Jeruzalem is het grootste probleem”. Over de arbeiders in Israël als ze teruggaan naar Gaza: “zij worden hiertoe gedwongen anders hebben ze niet te eten”.

Anne en Nadja uit Berlijn nemen de hele mars op video op en ze focussen nu even op Aliyah en vragen haar wat ze zal doen als er uiteindelijk vrede komt tussen Israël en Palestina. Aliyah is 80 jaar en komt uit Jaffa, ze is al heel lang activiste voor vrede. Ze moet heel lang nadenken over die vraag en zegt: ik zal eens een wandeling langs de zee maken, ik zal eens een boek lezen, ik zal eens wat spelen met mijn kleinkinderen...

Om 14.55u bericht Jana dat alle goederen zijn overgeladen in een Gaza-truck. Om 15.15u rijden we terug naar het Eez-checkpoint voor een demonstratie. We vernemen dat de Noorse groep niet is binnengeraakt. Ze wachten ons op op het parkeerterrein waar de busjes af en aan rijden met de Palestijnse werknemers die terugkeren van hun werk in Israël. We vouwen ons spandoek uit met in het Engels , Hebreeuws en Arabisch de tekst: De Internationale Mensenrechtenmars van vrouwen door Palestina en Israël. We vouwen ook enkele Vredes-vlaggen uit in regenboogkleuren. Op deze vlaggen krijgen we de opmerking van enkele Palestijnen:”ga daarmee naar de Israëli”. We besluiten om de Vredesvlaggen op te vouwen. Hoewel ik enige gêne moet overwinnen maak ik veel foto’s van de hollende mannen en enkele vrouwen, van de lange doorzichtige tunnels met in het begin de lopende mensen, korte tijd later de opstopping , van het prikkeldraad, van onze demonstratie... Mieke probeert met enkele mensen te praten, van een oudere vrouw en een man komen we het volgende te weten: hij moet om één uur opstaan om op tijd op zijn werk te zijn. ’s Avonds om negen uur is hij thuis. Dat betekent vier uur per dag voor zijn gezinsleven. Dan behoort hij nog tot de ‘gelukkige 20%’ die werk heeft... Rut loopt mee in de tunnel... Het is een mensonterende toestand, het is wat anders hier te zijn en met eigen ogen te aanschouwen dan erover te lezen of te kijken naar reportages op de televisie, het komt heel dichtbij... Ik kan mijn tranen die verdere dag niet meer bedwingen…

In Be’er Sheva, op de terugweg naar Oost-Jeruzalem’ nemen we afscheid van Janice and Tina, vriendinnen van Lieve, zij nemen de trein naar Tel-Aviv om vandaar terug te vliegen naar Seattle USA. Vandaag waren ze 19 jaar bij elkaar, in de bus hebben we hebben nog voor hen gezongen en Ria verblijdde hen met een van haar kleine cadeautjes die ze altijd bij zich heeft.

top

VOORBEREIDING STEUNACTIE NABLUS

’s Avonds in het hotel zien we op tv (Al Jazeera) hoe de Palestijnse vrouwen ons aan de andere kant van het checkpoint stonden op te wachten met hun spandoeken. Naar aanleiding van de militaire acties in Nablus ( 5 doden, 9 gewonden, diverse huizen vernietigd) wordt er besloten om het programma de komende twee dagen op te schorten en een steunactie op te zetten.

We vergaderen via de methode basisdemocratie, m.a.w. iedereen mag zijn zeg doen, als er iets besloten is mag er op teruggekomen worden en alles weer in vraag worden gesteld... Besloten wordt om een actie te houden bij onze ambassades in Tel-Aviv, een gesprek zien vast te krijgen met onze ambassadeurs en een brief af te geven. Verder willen we net zoals naar Gaza een bestelbusje met medicijnen/voedsel sturen naar Nablus. Als laatste willen we voor de Knesset in Jeruzalem demonstreren en een brief afgeven voor Sharon en de Knesseth.

We richten een aantal comités op: het media-comité, het brief-comité, het Knesseth-comité, het ambassade-comité en het melk-comité. Ik kies voor het melkcomité, een praktisch werkgroepje waarin naast mij Tina en Merete uit Denemarken, Grethe , Mirreta en Hiduuli uit Noorwegen zetelen. Het Deense comité (heel actief !) stelt 1.500 dollar beschikbaar, de vorige zending kostte 3.000 dollar , dus we moeten nog zo’n 1.500 dollar op zien te halen, in de eerste plaats bij de participanten, 20 dollar per persoon. Grethe houdt zich hiermee bezig. Merete telefoneert naar haar contactvrouw in Nablus om te horen waar het meeste nood aan is.
Rut en Mieke kiezen voor het Knessetcomité, samen met Helle uit Denemarken zullen ze de demonstratie voor de Knesset uitdenken. Dus morgen de zesde januari zullen we de hele dag vergaderen.

Vanavond komt Ibrahim spreken over de Ouders Cirkel. Omdat we nog druk aan het vergaderen zijn over de komende acties wordt hij erbij gevraagd om ons van advies te dienen i.v.m de actie bij de Knesseth. Hij doet enkele telefoontjes en zorgt ervoor dat we morgen een parlementslid te spreken krijgen.

top

DE OUDERCIRKEL

De Oudercirkel is een groep Israëlische en Palestijnse ouders die samen proberen om hun verlies van een familielid, door het geweld van de bezetting, te verwerken. Enkele uitspraken van Ibrahim: “Als Palestijnse en Israëlische families samen kunnen praten over hun verliezen waarom kunnen politici dat dan niet ?” en “ de vredesstem is niet zo sexy in Israël” en “Verander de publieke opinie in Israël” “Vernietig de muur om nieuw leven op te bouwen”. Zij streven er ook naar elkaar beter te leren kennen om niet enkel informatie via de massa-media te vernemen. Zij willen over de toekomst praten en willen dat het geweld aan beide kanten stopt. Onderhandel, stop de bezetting en onderteken een akkoord, dat is hun boodschap aan de machthebbers.

Omdat het programma gewijzigd is wordt er voor de vrouwen die later aangekomen zijn, onder wie wij Belgen, een extra bezoek aan Ramallah ingericht op donderdag 8 januari, dit om ook aan ons de kans te geven om met eigen ogen het leven in de bezette gebieden te zien: op het programma staat de Womens Union, een vluchtelingenkamp en de muur, 25 vrouwen schrijven zich in.

top

VERDERE VOORBEREIDING EN UITVOERING VAN DE ACTIES AAN DE AMBASSADES IN TEL-AVIV EN DE KNESSET IN JERUZALEM

Dinsdag 6 januari: de hele dag vergaderen en overleggen. Een eerste versie van de brief aan de ambassades wordt voorgelezen en met de opmerkingen uit de zaal aangepast tot een tweede, derde …Ik maak kennis met Nicole en Lisa uit Nederland, zij zijn vannacht aangekomen en weten niet waarin ze terechtgekomen zijn. Hadden ze dat niet van te voren allemaal kunnen afspreken, zeggen ze. Ik leg hen uit dat het gaat om een speciale actie voor Nablus en dat het programma van maandag en dinsdag werd opgeschort. Nicole en Lisa werken samen met het project Bibliotheek op Wielen in bezet gebied. Zij blijven nog een week langer om de diverse projectplaatsen te bezoeken.
De comités werken voort en wij van het melkcomité hebben bij de participanten zo’n 800 dollar opgehaald. Uit contacten met Nablus vernemen we dat er nood is aan melk en medicijnen. Het busje en de chauffeur zijn geregeld. Ons idee om ook het Rode Kruis in te schakelen voeren we niet uit. Het Deense comité gaat na afloop van de mars in Denemarken een speciale actie voeren voor hulp aan Nablus. Ons werk zit er op.

Om 14u maken we kennis met Issam Makhoul, parlementslid voor het Democratisch Front voor Vrede en Gelijkheid (gelieerd aan de communistische partij). Zoals de naam van de partij al zegt is deze voor vrede en voor een politieke oplossing van het conflict. “de kettingen ronde de Palestijnse handen zijn dezelfde als deze rond de Israëlische handen” zegt hij en ook “oorlog is geen oplossing, de enige oplossing zal een politieke oplossing zijn”. We horen nog maar eens dat het einde van de bezetting de eerste stap is naar een oplossing.
Issam deelt mee dat een demonstratie aan de Knesset toegelaten is en dat we geen speciale vergunning nodig hebben. En wij zijn zo naïef om dat allemaal te geloven terwijl Gila maandenlang gelobbyd heeft om ontvangen te worden door de Knesset, om een parlementslid van de oppositie te spreken te krijgen, om een afspraak vast te leggen met Sharon himself (de groep werd voordat wij er waren aan de Palestijnse kant ontvangen door Arafat)... Ze is daar niet in geslaagd.
Ook is de schrijfster en dichteres Hanan Anwad , president van het Palestijnse centrum “wereld associatie van schrijvers” aanwezig tijdens het voorlezen van de brief aan de ambassadeurs. Maken we gebruik van Muur, Scheidings Muur of Apartheids Muur om de Muur te benoemen ? Hanan stelt duidelijk dat de Palestijnen spreken over de Apartheids Muur. De groep raakt er niet over eens , wil Israël niet voor het hoofd stoten en kiest uiteindelijk, al of niet met meerderheid, voor Seperation Wall. Bij het verlaten van de zaal spreekt Leen Hanan nog aan, dat ze had moeten aandringen om Apartheids Muur te gebruiken. Hanan schudt haar hoofd en zegt “ze willen niet luisteren”. Ik schaam me …

Om 19u komt Ramien van de Jerusalem Link. De Jerusalem Link is het coördinatiecentrum van twee onafhankelijke vrouwenorganisaties: Bat Shalom West-Jerusalem en The Jerusalem Center for Women in Oost-Jeruzalem. De Jeruzalem-Link is ontstaan uit een eerste internationale Palestijns-Israëlische Conferentie in mei 1988 in Brussel, titel van de conferentie: Geef Vrede een kans: Laat Vrouwen spreken (een initiatief van Simone Süsskind uit België). Uit de ontmoeting ontstond een blijvende dialoog met in 1994 als resultaat de oprichting van de Jerusalem Link. De beide organisaties delen een aantal politieke principes die dienen als fundering voor een samenlevingsmodel tussen de beide volken. Elke organisatie is autonoom maar samen promoten ze een gezamenlijke visie op een rechtvaardige vrede, democratie, mensenrechten en vrouwelijk leiderschap. Ze geloven dat een uitvoerbare oplossing van het conflict tussen de twee volken gebaseerd moet zijn op een erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van het Palestijnse volk, een eigen staat naast de Israëlische met Jerusalem als hoofdstad van beide staten en op een uiteindelijke regeling van alle relevante geschilpunten op basis van de internationale wetgeving. In de praktijk blijkt dat de samenwerking heel moeizaam verloopt.

’s Avonds wordt het resultaat van de verschillende werkgroepen voorgesteld en wordt heel de actie nog maar eens in vraag gesteld omdat het Israëlische leger zich teruggetrokken schijnt te hebben uit Nablus. Uiteindelijk wordt toch besloten om de geplande actie door te laten gaan. ’s Morgens ambassades Tel-Aviv, ’s middags de Knesset. Mieke heeft gewerkt aan de opstelling van een strooibriefje dat ze wil uitdelen aan voorbijgangers, tegelijk met het collecteren voor Nablus, vóór het gebouw van de Knesseth. Ze wil graag praten met voorbijgangers. Het resultaat: “Laat angst uw ogen niet toedoen, laat haat uw hart niet sluiten. Laten we over de toekomst praten. ” (please don’t let fear close your eyes, don’t let hate close your heart. Let’s talk about the future). Ik ga met het briefje naar de vrouwen van het “briefcomité” en vraag of het briefje zo gekopieerd kan worden. Omdat de tekst niet besproken is in de groep mag die niet gebruikt worden (oef! basisdemocratie, even wennen). De volgende morgen heeft Rut de tekst toch gebruikt voor een vlugschrift maar voorafgegaan door een passage uit de brief aan de ambassadeurs.

Terwijl Jennie in haar dagboek schrijft en Ria haar bed opzoekt gaan Leen en ik ons wat verpozen in het internetcafé. Het loopt al in de kleine uurtjes als we ons bed vinden.

top

DEMONSTRATIE AMBASSADES TEL-AVIV

Woensdag om zeven uur met de bus naar Tel-Aviv met onze brieven en ons demonstratiemateriaal. Drie vrouwen vergezellen het transport naar Nablus. Het regent en stormt, goed weer om te betogen, we zullen onze spandoeken in bedwang moeten houden zoals in Leuven voor het stadhuis bij dergelijk weer.

Woensdag 7 januari: In Tel-Aviv stapt de onvermoeibare Aliyah uit Jaffa in. Zij zal ons langs de ambassades voeren. Met onze spandoeken stellen we ons op aan de overkant van de Amerikaanse ambassade . Vooral het spandoek ” The Occupation Kills on Both Sides” trekt nogal wat aandacht van voorbijrijdende automobilisten en motorrijders, veel getoeter en omhoogstekende duimen, de mensen zijn het geweld gewoon beu. Onmiddellijk verschijnen politie en leger in de straat, er wordt druk getelefoneerd en het duurt ongeveer een uur voordat de Amerikaansen de ambassade mogen binnengaan. Wij vertrekken te voet naar de Franse ambassade, heel felle wind maar droog. Waar mogelijk delen we strooibriefjes uit. De ambassade ligt aan de boulevard langs de Middellandse zee. De twee Françaises, Marie-Jo en Marie-Laure geraken niet verder dan de hal waar ze aan de dienstdoende veiligheidsbeambte hun brief mogen afgeven. Verder naar de Deense ambassade,daar worden de Denen om half elf binnengelaten. Het begint inmiddels flink te regenen, we stappen in de bus die ons langs de overige ambassades voert. Wij zijn het laatste aan de beurt om uit te stappen. Om 11.50u worden we op de zevende verdieping ontvangen door onze Belgische ambassadeur Jean Michel Veranneman de Watervliet. Hoewel er plaats genoeg is om te zitten ontvangt hij ons staande, het mag blijkbaar niet te lang duren. Leen voert het woord, legt uit waarvoor we komen en hij laat vriendelijk weten dat hij weinig of niets kan doen, dat hij niet meer weet dan wat hij in de pers leest, dat we niet te klagen hebben over onze minister van buitenlandse zaken ,dat er druk uitgeoefend moet worden op Israël via de Israëlische ambassadeurs, via Europa ,dat… blablablabla… We nemen vriendelijk afscheid, ik deel nog wat strooibriefjes uit aan het personeel dat zit te lunchen en we gaan met twee taxi’s naar de plaats van afspraak, de Canadese ambassade voor het vertrek naar de Knesset. Voor de ambassade hebben we nog een gesprek met Aliyah Strauss, tachtig jaar en al heel lang bezig in de vredesbeweging. Zij legt ons uit hoe het komt dat, hoewel 70% van de Israëliërs voor vrede is, daar op politiek vlak niets van te merken is in de uitslag van de verkiezingen. De mensen zijn bang, als de verkiezingen naderen dan kiezen ze voor de zogenaamde sterken om daar bescherming te vinden tegen het geweld.
In de bus nog wat sms-jes versturen aan Lieve, die op dit moment met Women in Black voor het stadhuis staat in Leuven, zo blijven ze op de hoogte van ons wedervaren en wij van het hunne. Toch een goeie uitvinding , zo’n gsm.

top

DEMONSTRATIE AAN DE KNESSET IN JERUZALEM

De Knesset in Jerusalem.Het blijft regenen. Tegenover de bus is op de openbare weg een tentenkamp opgetrokken. Rut en ik lopen er naar toe om te informeren waarom. Het blijkt dat er nog mensen gediscrimineerd worden in Israël namelijk de armen.

Er is een televisieploeg aanwezig en de mensen die er verblijven zijn blij met onze aanwezigheid, nog andere vrouwen van de mars komen luisteren. Deze mensen wonen al drie maanden in dit tentenkamp om op te komen voor de rechten van de arme mensen in Israël, ze behoren er zelf toe. Werkloos, geen geld om belastingen, huur, schoolgeld... te betalen drijft hen aan om dit soort actie te voeren. We krijgen hun schamele behuizing te zien, het regent hard, met plastiek wordt getracht om de behuizing te beschermen tegen de insijpelende regen, slaapkamertjes, keuken, wasruimte… geen elektriciteit en geen water, er verblijven ook vrouwen en kinderen ...

Inmiddels weten we niet goed waar we nu eigenlijk moeten zijn voor onze demonstratie aan het parlement. Rut , Jilly en Mieke hebben een actie ontworpen vóór de Knesset in de veronderstelling dat daar een groot bordes en trappen zijn met Knessetleden die af en aan lopen en omstanders waaraan we onze strooibriefjes kunnen uitdelen en geld kunnen ophalen voor Nablus.
In werkelijkheid staan we op een smal straatje met links de beroemde Rosary-garden en een trap van vijf treden daar naar toe. De Knesset ligt verscholen achter hoge hekken en is van veraf te bekijken. Twee vrouwen praten met de dienstdoende wachters.
Het begint lekker door te regenen, het ziet ernaar uit dat we nergens kunnen demonstreren, we hebben ook niet de vereiste toestemming en waar is het kantoor van Sharon ? Misschien kunnen we daar……..Jammer van al het voorbereidend werk van het Knessetcomité. We kunnen stellen dat twee van de drie acties geslaagd zijn, de hulp voor Nablus en de ambassade-actie.

We stappen doornat in de bus en rijden terug naar ons hotel achter Jaffa Gate alwaar het hotelpersoneel spaghetti zou maken voor de hele groep. Wij, de Belgen, gaan op restaurant in Oost-Jeruzalem op uitnodiging van Yves Couvreur, BTC-verantwoordelijke ( Belgische Technische Coöperatie, het deel van Ontwikkelingssamenwerking dat met de budgetten ter plaatse werkt). Leen zetelt in besturen van enkele NGO’s en gaat later deze week met Yves op werkbezoek in GAZA en Ramallah.

top

ONTMOETING MET DE BTC-VERANTWOORDELIJKE YVES COUVREUR en GESPREK MET DINA NASSER in een restaurant in OOST-JERUZALEM

Er werden naast ons nog een zestal mensen uitgenodigd ,Palestijnen en Israëliërs. Wij maken kennis met Dina Nasser, 42jr, van de Foundation for Health and Social Development in de Westbank . Een sterke, dynamische vrouw. Zij legt een boeiende en schokkende getuigenis af van de huidige toestand in de bezette gebieden en Oost-Jeruzalem met als rode draad de wanhoop en de angst van een ontwrichte samenleving… het verdwijnen van de onderlinge solidariteit, het ontbreken van een toekomst waardoor jongeren na hun studies in het buitenland niet meer willen terugkomen, het wegtrekken van hele families, verarming en verloedering... Over de muur die aanzet tot haat, hele dorpen doormidden scheidt, boeren afsnijdt van hun land, zonder pardon gronden confisqueert, en dat alles in naam van de veiligheid ? Van wie ?
Met nadruk verklaart ze: “IT IS NOT COMPLICATED, IT IS SIMPLE, JUST STOP THE OCCUPATION”.

Haar eigen verhaal vertelt dat ze twintig jaar getrouwd is, drie kinderen heeft en in Oost-Jeruzalem woont. Haar man krijgt geen identiteitskaart van Oost-Jeruzalem, hij doceert aan de universiteit van Birzeit in de Westbank en wordt in de weekends Oost-Jeruzalem binnengesmokkeld, al 20 jaar lang. Ze is bang voor de toekomst van haar kinderen, met wat voor mensbeeld groeien zij op…

Zij brengt ons met haar auto terug naar ons hotel. Ze heeft ons heel wat stof aangereikt om na te denken. Wat kunnen we doen ! Wat kan ik doen ?

Na al die indrukken is het moeilijk om direct te gaan slapen. Jennie is bezig met haar dagboek, Ria, Leen en ik gaan nog even naar het Internetcafé om wat te bekomen.

top

VLUCHTELINGENKAMP KALANDIA

Donderdag 8 januari: Om 09.15 vertrekken we met een 25-tal vrouwen naar het Kalandia vluchtelingenkamp en Ramallah. Het regent en het is koud. Ramallah ligt vlakbij Jeruzalem maar is vanwege de checkpoints moeilijk te bereiken. Er komt een doornatte agente van een jaar of achttien in de bus, geweer over haar schouder én in aanslag, om onze paspoorten te controleren. Ze is heel vriendelijk en lijkt verlegen met de situatie, “all girls” constateert ze. De meest achttien- en negentienjarigen brengen hun diensttijd van drie jaar door aan de checkpoints. Wat zal die periode van dienst aan de checkpoints en in de bezette gebieden voor gevolgen hebben voor hun moraal, voor hun besef van goed en kwaad, voor hun gedachten over vreedzaam samenleven...

We mogen door en onze eerste stopplaats is het vluchtelingenkamp Kalandia. We lopen over het puin dat gestort is om een straatingang te blokkeren, we zien de troosteloze huizen , de autowrakken en de rotzooi in het straatbeeld, de éénplaatshandeltjes van een slager, een gereedschap-slotenmaker, een meubelmaker... Er zijn veel kinderen op straat, het is nog schoolvakantie. Het is een druk straatbeeld: bijna op elk huis posters van jongens en meisjes (martelaren ?) die gedood werden wegens het gooien van stenen of … teksten in het Arabisch in de kleuren van de Palestijnse vlag op de muren (tot voor een paar jaar mochten de Palestijnen hun vlag niet gebruiken, daarom schreven ze in de kleuren van de vlag op de muren)… vleeshaken met gevogelte en runderen hangen tot buiten de slagerijen...

KALANDIA CAMP HANDICRAFT COOPERATIVE

We worden ontvangen door vrouwen van de Kalandia Camp Handicraft Cooperative Sama Farhan licht ons in over het ontstaan van de coöperatie: De coöperatie werd in 1958 opgericht en begon met twintig vrouwelijke leden. Doel van de coöperatie is om het scholingsniveau en het culturele, sociale en economische peil van vrouwen in vluchtelingenkampen, dorpen en steden te verhogen. Zij brengt dat in praktijk door het aankopen van machines, uitrusting, gebouwen en land voor haar leden en voor de gemeenschap. Ze zoekt afzetmarkten voor haar producten. Ze richt bewustwordings- en alfabetiseringscursussen in, er is een computerklas, een schoonheidsopleidingsalon, een kleuterschool. Ze helpt leerlingen van alle soorten onderwijs, van kleuterschool tot universiteit. Ze zet zich in voor de maatschappelijke inbedding van het project. Ze spant zich in voor het bewaren en de voortzetting van het Palestijnse erfgoed met name het handwerken en ze wil de deelneming van vrouwen aan de arbeidsmarkt bevorderen. Momenteel zijn er 185 vrouwen lid van de coöperatie, is er een staf van dertig voltijdse werknemers en werken er 2700 vrouwen thuis in het kamp en in de omringende dorpen aan de borduurproducten.

Sama Farhan , weer zo’n sterke vrouw, betoogt ook over de vele jongens en meisjes onder de 18 jaar die de gevangenissen bevolken. Zij worden jaren lang gevangen gehouden zonder vorm van proces. Momenteel zitten er 24 kinderen uit het kamp in de gevangenis wegens het gooien van stenen. Vaak worden ze in gevangenissen ver weg van hun kamp of dorp geplaatst zodat het voor de familie heel moeilijk is om hen te bezoeken. De omstandigheden in de gevangenissen zijn zorgwekkend.
Ook zij zegt dat de eerste stap “stop de bezetting” is. “Sharon zoekt onze ziel” en “wat we hier hebben is een oorlog tegen burgers, het is geen gelijke situatie, het Israëlische leger is het machtigste leger van de wereld. De hele situatie eet me van binnen op, zegt ze. Op de vraag wat haar ambitie is antwoordt ze: “Ik weet het niet, we hebben niets, we kunnen geen plannen maken, ja we kunnen een plan maken voor de volgende vijf minuten…”

Deze sterke vrouwen willen ons zoveel vertellen en we hebben zo weinig tijd. Het borduurwerk is prachtig. De waren zijn geprijsd in dollars, duur maar natuurlijk niet duur als je de productietijd in acht neemt, het is monnikenwerk. Met ’n vrouw of drie neem ik ook nog een kijkje in het schoonheids-project, een tiental meisjes is onder begeleiding bezig met haarkappen bij medestudentes. Ze beginnen te giechelen als we binnenkomen, één meisje spreekt een beetje Engels. Op mijn teken of ik foto’s mag maken doen ze teken dat dat niet mag omdat ze hun hoofddoeken niet om hebben. Uit respect neem ik natuurlijk geen foto’s. We nemen afscheid van de vrouwen en stappen onder de tonen van het eentonig maar woedend gezang van de imam door het kamp naar de woning van Fares Abed Al-Kader. Het gezang doet me denken aan de dominee van de zwartekousenkerk in Alphen aan de Rijn, zo’n 36 jaar geleden, hel en verdoemenis vanaf de preekstoel.

THUIS BIJ DE FAMILIE AL-KADER

Fares , 15 jaar, scholier, werd een maand geleden, op 9 december 2003 van dichtbij doodgeschoten door Israëlische , soldaten omdat hij stenen gooide bij de apartheidsmuur buiten het kamp. De soldaten schoten hem door het hoofd en lieten hem liggen. Kogels tegen stenengooiende kinderen ? ’s Morgens gaan de kinderen naar school en ’s middags gaan ze bij de muur stenen gooien naar de soldaten. Wat een klimaat voor kinderen om op te groeien.

Het gezin Fares, vader, moeder en acht, nu zeven kinderen wonen op de eerste verdieping, op het gelijkvloers woont een broer van de vader. We mogen met z’n allen binnen. Aan de muur in de woonkamer hangt dezelfde poster van Fares als buiten op straat, nu mooi ingelijst tussen de foto’s van zijn vader en moeder. De tekst is in het Arabisch, wat staat er ? Onder aan de poster de stad Jerusalem met de gouden koepel van de moskee. Mieke zit naast de schreiende moeder en troost haar. Met schroom neem ik enkele foto’s. Familieleden gaan rond met thee en zoetigheden. De vader werkte op de Israëlische markt, na het uitbreken van de tweede intifada werd dat verboden. Hij vond geen werk in Ramallah . Nu heeft hij een handeltje in kippen maar weet niet hoe hij het geld bij elkaar moet krijgen om met zijn gezin van te leven. Momenteel is hij afhankelijk van de hulp van zijn broer.

We verlaten het vluchtelingenkamp Kalandia en vertrekken met de bus naar de General Union of Palestinian Women in Ramallah.

top

RAMALLAH: UNION OF PALESTINIAN WOMEN

We worden ontvangen door Rima Tarazie, de lokale voorzitster van de Union, tevens pianiste en componiste. De Union werd opgericht in 1965 met als missie om Palestijnse vrouwen er toe aan te zetten om volwaardige en gelijke partners te worden op het gebied van besluitvorming en ontwikkeling en zich in te zetten voor vrijheid en gelijkheid van iedereen. De lunch wordt geserveerd, grote borden met gesmeerde broodjes, alfalfa balletjes en een potje yoghurt.
We krijgen twee dikke mappen één met informatie en geplastificeerde kaarten en één met twee boeken over leven onder de bezetting geschreven en getekend door ouderen en kinderen.
Rasmya Oudeh legt getuigenis af over haar leven in bezet gebied, over haar leven in de gevangenis, waarin ze 10 jaar van haar jeugd heeft doorgebracht. Toen ze vrijkwam vond ze geen werk en besloot ze om rechten te studeren. Nu werkt ze als advocate en ondersteunt haar volk. De bezetting is het grootste probleem, zegt ze, maar we gaan door met de strijd , we blijven in ons land, we gaan niet weg en we vragen jullie hulp. Als God hun referentie is, waarom doen ze dit dan?
Ook hier hebben alle vrouwen veel te vertellen en hebben wij geen tijd genoeg.

RAMALLAH: VERBLIJF ARAFAT

We vertrekken met de bus naar het terrein waar Arafat al meer dan drie jaar verblijft. Dit terrein herinner ik me nog van de vele televisiebeelden, de gevechten en de bombardementen. Sommige gebouwen zijn hersteld maar de vele puinhopen zijn de stille getuigen.
We mogen het terrein op dat bewaakt wordt door de Palestijnse politie. Het regent en we bekijken de kapotgeschoten gebouwen en de bergen autowrakken en puin... Arafat wordt gearresteerd zodra hij een voet buiten het domein zet en dan waarschijnlijk verbannen... Wel symbolisch dat het gebouw vroeger, vóór 1967, een gevangenis geweest is. Naar verluidt verblijven er in de gebouwen ook een groep internationale vredesactivisten, ter bescherming.

We stappen weer op de bus om via het Qalandia checkpoint naar Abu Dis te gaan om de muur te bekijken die Abu Dis totaal van Jerusalem zal afscheiden. We hebben daar een afspraak met bewoners en met mensen van het gemeentebestuur..

top

CHECKPOINT QALANDIA

We moeten meer dan een uur aanschuiven met onze bus bij het Qalandia checkpoint, Mieke gaat te voet door het checkpoint om aan de andere kant een taxi te nemen naar Jeruzalem. Ze gaat samen met Rut op bezoek bij Johan, een Leuvense jongeman die in Jeruzalem studeert, ik heb hem woensdagavond ontmoet. Hij woont bij een Palestijnse familie in het Noorden van Israël, dicht tegen de bezette gebieden. Ze zullen er een nacht verblijven en komen morgen terug. Samen met Annie uit Sheffield Uk stap ik uit, om het checkpoint van wat dichterbij te bekijken, het regent pijpenstelen, de weg is veranderd in een rivier, grote diepe plassen, modder, stromen mensen die van de andere kant komen, mannen, vrouwen, kleine kinderen, doornat van de regen, doorweekte stalletjes met fruit en groenten, de bekende karretjes met bagels en kruiden…. Annie koopt een zak mandarijnen bij drie Palestijnse jongens, ze zitten verkleumd bij een oliekacheltje… de doornatte mensen die gecontroleerd worden op hun identiteits-bewijzen en op alles wat ze bij zich hebben… wat een leven… dag in dag uit… We zien de chauffeurs van de ontelbare mini- busjes die proberen hun voertuig vol te krijgen door de plaatsnamen af te roepen waar ze naar toe rijden… We lopen terug naar de bus en gaan onderweg nog wat winkeltjes binnen om te zien of er fotorolletjes te koop zijn, ik heb nog twee foto’s over voor de muur in Abu Dis, tot nu toe heb ik al veertien rolletjes volgetrokken, ik hoop dat er goede foto’s tussen zitten. Na een kwartiertje, om half vijf, mogen we het checkpoint passeren zonder zelfs onze paspoorten te moeten laten zien. De soldaat vroeg wel of er Russen in de bus zaten ! Ik kan niet uitmaken of dat een grapje was.

Niemand in Israël kan doen alsof dit alles niet gebeurt. Er komt bijna niets in de media en wij lezen in het buitenland waarschijnlijk meer over de acties van het Israëlische leger dan er in de pers in Israël over te lezen valt maar iedereen zal wel soldaten, jongens en meisjes, kennen die gediend hebben aan de checkpoints, die gediend hebben in de bezette gebieden, die er bij waren bij de “vergeldingsacties” in Gaza en de Westbank. En zoals overal waar uniformen gedragen worden komt ook hier bij enkelen(?) het slechtste naar boven om nog een schepje bovenop te doen op de dagelijkse vernedering van de Palestijnen. Wat voor invloed zal deze periode in hun leven hebben, op hun moraal ? Het is zoals Gila Svirsky zegt: zij zijn de vijand niet, zij zijn ook slachtoffers.

top

ABU DIS: DE APARTHEITSMUUR

Het is al donker als we aankomen in Abu Dis, de stad die grenst aan Oost-Jeruzalem. We worden ontvangen door bewoners en door enkele mensen van het gemeentebestuur, ze nemen ons mee naar een plaats waar we de bouw van de muur goed kunnen zien. De muur splijt de stad in tweeën, kerkhof, scholen, universiteit, voorzieningen… zijn niet meer bereikbaar. Op sommige plaatsen neemt de apartheidsmuur alle licht en de zon weg uit de huizen ! Het bouwen van de muur, hier in beton en acht meter hoog, duurt drie jaar. Elke nacht wordt er gestaag verder gebouwd. Op een dag zullen de mensen opstaan en zien dat de muur rondom gesloten is. Aan weerskanten worden huizen afgebroken, gronden worden geconfisqueerd en families van elkaar gescheiden. We zien de acht meter hoge betonnen elementen klaarliggen. We zien de nieuwe weg die al aangelegd is naar de settlements, gebruik enkel toegelaten voor Israëli. De settlements worden op die manier gewoon bij Jeruzalem getrokken (voor een Groot-Jeruzalem). We staan in een tuin tussen twee huizen van familieleden, de acht meter hoge betonnen muur zal de families van elkaar scheiden.We gaan naar het gemeenschapscentrum waar we ontvangen worden met thee en koeken. We luisteren. Het wordt scholieren en studenten heel moeilijk zoniet onmogelijk gemaakt om op tijd in de lessen te geraken, voor elke beweging is een toelating nodig. Het kerkhof en het ziekenhuis wordt voor de helft van de bewoners zo goed als onbereikbaar. “ Wij waren de eersten om de naziekampen te veroordelen, maar kijk hoe we hier nu zelf gevangen zitten”. “Deze muur wekt haat op, we willen vrede en willen in vrede leven met onze buren”. “Israël haalt al gastarbeiders uit Azië o.m. Sri-Lanka. Op die manier hebben ze minder mensen uit de bezette gebieden nodig. Met als gevolg natuurlijk een stijging van de werkloosheid hier en verhoging van de armoede”. “De toestand is hopeloos, we verwachten steun van het buitenland, van buitenlandse universiteiten... we willen dat zoveel mogelijk internationalen hier komen kijken.”
Marie-Jo weet dat een Parijse universiteit haar uitwisselingsprogramma met Israëlische universiteiten boycot.
Ook hier hebben we niet genoeg tijd om de mensen hun verhaal te laten doen.

We vertrekken met de bus voor een late maaltijd in ons hotel Imperial. Ik ga in mijn gedachten terug naar de ervaringen van deze dag, wat een ongelooflijke vernederingen moeten deze mensen dag na dag doorstaan, wat voor toekomst hebben zij nog na de bouw van de muur ? Hoe is dit allemaal mogelijk in de wereld van vandaag, Israël, een democratisch land ! Met veel meer vragen dan oplossingen gaan Leen en ik na het eten nog even naar het internetcafé .Wat kunnen we doen ? Wat kan ik doen ? Heel laat gaan we terug naar het hotel, doen heel zachtjes, om Ria en Jennie niet wakker te maken.

top

BETHLEHEM: ontmoeting met JIHAN ANASTAS

Vrijdag 9 januari Bethlehem. Geboorteplaats van Jezus. Een barre tocht voor Jozef, te voet en Maria, hoogzwanger op het ezeltje, hartje winter van Nazareth in het Noorden naar Bethlehem, ten zuiden van Jerusalem (hemelsbreed toch zo’n 100 km). Hebben we het vroeger in de godsdienstles ooit over die afstand gehad ? En het moet een koude winter geweest zijn: het hagelde en het sneeuwde en het was er zo koud…

Te voet gaan we van Jaffa-Gate naar Damascus-Gate, Ria , Leen, Jennie en ik om daar een taxi te nemen naar Bethlehem. Dat wil zeggen naar het checkpoint vóór Bethlehem, ’n kleine twintig minuten rijden. Bij Damascusgate spreekt een vrouw me aan, ze lijkt wat op de middelste van de settlervrouwen van zaterdagavond. Vind je ons land mooi, vraagt ze. Een moeilijke vraag natuurlijk, ik zeg dat ik niet in de stemming ben om naar de schoonheid van het land te kijken, dat ik meer bezig ben met de problemen waarin het verkeerd met de buren. Ze zegt dat het komt omdat god afwezig is aan de andere kant, dat er zoveel problemen zijn “geef ze een beetje en ze willen alles”. Ik vertel dat we aan weerskanten veel sterke vrouwen hebben ontmoet en dat alles wat ze willen is een einde van de bezetting en een rechtvaardige vrede. Ik vraag haar of ze al bij het checkpoint in Erez is gaan kijken als de Palestijnen terugkomen van hun werk in Israël, de mensonterende toestanden.
We moeten vertrekken met onze taxi. In de taxi belt Ria met mijn gsm naar Jihan (we maken haar wijs dat ze er eerst mee moet schudden) ze verwacht ons in hotel Bethlehem. Jihan Anastas, gemeenteraadslid en vriendin van Ria en Lieve (ons thuisfront). Ze was op vrouwendag november 2002 in Leuven om samen met Edna Zaretsky uit Israël en Sonja Prodanovic uit Belgrado (alledrie Women in Black) getuigenis af te leggen in de workshop ” geweld en geweld tegen vrouwen “. Het is dankzij hun getuigenis dat ik nu hier ben, dat ik me heb aangesloten bij Vrouwen in het Zwart Leuven na de oproep van Mieke tijdens de workshop: “volgende woensdag om half een aan het stadhuis !”
Inmiddels arriveren we bij het checkpoint en stappen we uit. Onze taxi mag niet in bezet gebied rijden.Soldaten controleren onze papieren en onze tassen en vragen waar we naar toe gaan. Het checkpoint ligt op de hoofdstraat van Bethlehem. We hebben zicht op twee settlements, witte dorpen op de heuvels. We nemen een taxi naar hotel Bethlehem, de chauffeur wil ons van alles laten zien (om maar een cent meer te verdienen) maar we houden vol dat we recht naar het hotel moeten. Als we uitstappen is hij kwaad dat we niet meer betalen dan de afgesproken prijs.
Je zou zo je hele hebben en houwen willen weggeven…

Hotel Bethlehem, het enige hotel dat nog open gehouden wordt, er is geen enkele gast, het toerisme is stilgevallen, winkels zijn dicht, er is 65 % werkloosheid in dit stadje dat leeft van het toerisme.

Jihan komt binnen, we drinken koffie en Jihan begint te praten: de toestand verergert met de dag. De meerderheid wil weg. Vorige maand zijn 27 inwoners van Bethlehem vertrokken naar Zweden. De dubbele muur in Bethlehem schept een gevangenis. De eerste muur gaat rond Rachels tomb , vroeger een moskee nu een synagoge, een heilige plaats. Daarmee worden ook 50 gezinnen afgesneden van alle faciliteiten, ook een kinderziekenhuis wordt zo goed als onbereikbaar. De tweede muur gaat dwars door de hoofdstraat, door tuinen, er wordt een eiland gecreëerd, een gevangenis. De structuur van de samenleving wordt vernield, de repressie is zo hard, dat de solidariteit verloren gaat, na hun studies willen de jongeren weg (“they want a life and leave”). Sinds een dag of tien ziet ze voor het eerst kinderen die bedelen in de straat. Ook wordt er voedsel gestolen.

De situatie voor de vrouwen is zorgwekkend. Traditioneel wordt het gezin financieel onderhouden door de man, maar door de muur zullen de mensen niet meer buiten Bethlehem kunnen gaan werken. Het toerisme is al stilgevallen, sinds drie jaar komt er geen mens meer. De kinderen rekenen niet meer op het gezin met als gevolg sociale problemen.
Jihan is begonnen met een handwerkproject voor vrouwen, het project is nog in een beginfase, er zijn nu 15 families bij betrokken. We kunnen het project niet bezoeken, de vrouwen zijn nog erg verlegen. Het project is meer dan alleen werk, de vrouwen praten met elkaar tijdens het handwerken, over politiek, de economie, de kinderen,…… zo vinden ze steun bij elkaar. Ze heeft een klein afzetgebied in Spanje via Women in Black. Ze vind het belangrijk dat de vrouwen het werken weer normaal gaan vinden en niet enkel moeten leven van giften.

Sinds een half jaar mag ze het land niet verlaten hoewel ze alle officiële papieren heeft. Het hangt gewoon van de stemming van de dienstdoende ambtenaar af of ze toestemming krijgt. Je moet meer dan drie weken van te voren toestemming vragen om te mogen vertrekken, je krijgt geen antwoord en het kan zijn dat ze pas drie uur voordat de vlucht vertrekt hun toestemming geven.
Ze vertelt de ervaring die ze verleden zomer had met een groep tien- tot twaalfjarige kinderen, die uitgenodigd waren om in België hun vakantie door te brengen. De kinderen keken er erg naar uit en hadden hun koffers al gepakt en de bus stond bij wijze van spreken al klaar. Twee dagen voor de afreis kregen ze te horen dat ze niet mochten vertrekken. Daarna zeiden ze dat ze maar via Jordanië moeten reizen. Maar hoe kun je in één dag tijd voor 20 kinderen de papieren voor Jordanië in orde maken ? En leg dit maar eens uit aan de kinderen. Begrijpelijk dat ze samen bittere tranen gelaten hebben.

Intussen is Jiries Atrash bij ons komen zitten, hij is de hoogste afgevaardigde van de Palestijnse Autoriteit in de regio.

Omdat er zo weinig werk is betaalt bijna niemand nog belastingen. Het gemeentebestuur heeft haar ambtenaren al twee maanden niet kunnen betalen en heeft grote schulden bij de bank. De Palestijnse Autoriteit kan geen betalingen doen omdat het geld geblokkeerd is. Ook hier is, zoals overal in de wereld, corruptie. Het geld dat via de Wereldbank moet komen is geblokkeerd omdat er een vermoeden is dat het geld wordt besteed aan wapens.
Israël heeft ook een verordening afgekondigd dat de Palestijnse Autoriteit moet betalen voor de schade die een zelfmoordaanslag aanricht: 10 miljoen dollar per aanslag. Over herstelling van de schade die het Israëlische leger aanricht in de bezette gebieden wordt niet gesproken in de verordening.

Toen de werkzaamheden aan de muur begonnen werden vanuit Bethlehem heel veel S.O.S. (save our souls) berichten verstuurd naar de United Nations, naar het Europarlement, naar allerlei officiële instanties, naar de hele wereld:”verdedig uw interesse in het Midden-Oosten, bouw geen stukken (de muur) maar bouw aan vrede”. Ze zegt “och de muur, dat is voorbij, die staat er, ze vraagt ons met klem om te blijven kloppen (keep knocking) want “wij kunnen de politiek niet veranderen” .

Jiries Atrash haalt een nieuwe verordening aan: iedereen die Israël binnenkomt krijgt een papier overhandigd met daarop de melding dat niemand zonder toestemming van Israël de bezette gebieden binnen mag. Wie betrapt wordt, wordt het land uitgezet en mag niet meer binnen. We krijgen een kopie, de verordening dateert van 7 januari 04. Deze nieuwe maatregel is speciaal bedoeld om vredesactivisten buiten te houden. Jihan is zichtbaar aangedaan, wij ook.

We vertrekken met Jihans auto voor een rondrit door Bethlehem en het aangrenzende Beit Sahur. We gaan de Apartheidsmuur, de vernietigde huizen en het centrum van Bethlehem bekijken.

Jihan vertelt dat de hotels in Bethlehem in totaal 950 kamers tellen, dat nu enkel hotel Bethlehem opengehouden wordt, omdat er sinds drie jaar geen toeristen meer komen. De taxi-chauffeurs hebben niets meer te doen, de meeste souvenirwinkels zijn dicht, er is geen werk. Geen enkele toerist wil naar zo’n onveilig gebied komen, om weer toeristen aan te trekken is vrede nodig.

We rijden langs de twee vluchtelingenkampen die onder toezicht staan van de UNRWA (sinds 1948). We rijden langs Rachels tomb, waar de weg geblokkeerd is, die totaal ommuurd zal worden en langs de bronnen van Salomon, van waaruit de militaire posten op de omliggende heuvels te zien zijn. Zij beschermen de settlements van Bethlehem. De hele infrastructuur van de Palestijnse Autoriteit werd met de grond gelijk gemaakt.
Jihan: Het was hier zo mooi, met de beboste heuvels en al het groen… de dode zee was de grens van Bethlehem… en kijk wat ze ervan gemaakt hebben, de settlements op de toppen van de heuvels , gebouwd nà de Oslo akkoorden, de speciale wegen er naar toe, de voorbereidingen voor het bouwen van de apartheidsmuur, de grond die geconfisqueerd wordt, de bombardementen... Na de bouw van de muur wordt het nog moeilijker om in Israël te gaan werken. Israël is trouwens bezig om 18.000 Ethiopische joden binnen te halen voor hun nieuwe settlements en waarschijnlijk ook ter vervanging van Palestijnse arbeidskrachten. Jihan vervolgt: We voelen ons niet goed, maar we blijven praten. Als je erover kan praten dan voel je je beter. En Jihan herhaalt weer: keep knocking ! De extremisten van onze kant en de extremisten van hun kant zijn schuldig aan deze verschrikkelijke ramp.

We lunchen in een vrij nieuw restaurant in Beit Sahor, voorlopig zijn we de enige gasten. Jiries Atrash eet met ons mee. In Beit Sahor werden vorige week nog huizen vernield om plaats te maken voor de muur.

Bij het aperitief zegt Jihan: proost op wat dan ook.... blijf kloppen! We eten alfalfaballetjes met veel verse groenten, olijven, pitten, hummus en brood. De schoteltjes worden vlug aangevuld. Het gesprek gaat over de muur, we krijgen veel informatie van Jiries Atrash en Jihan: Het kan zijn dat Israël zich nu zelf realiseert dat deze muur een stap teveel is. Het ligt erg gevoelig, er zijn demonstraties, de vredesbeweging van Israël komt met Israëli demonstreren tegen de muur , het leger schiet niet op Israëliërs , de media berichten erover en er is het advies dat Kofi Anan van de Verenigde Naties gevraagd heeft aan het Internationaal Gerechtshof in ’s Gravenhage Nederland. De zaak wordt op 23 februari behandeld. Israël heeft al laten weten dat ze het Internationaal Gerechtshof niet bevoegd acht en zal niet aanwezig zijn. Wij, Palestijnen, hebben niet de macht om de muur te vernietigen. In naam van de veiligheid worden twee tot drie mensen per dag gedood. De economie gaat razendsnel achteruit, er is hoge werkloosheid, veel mensen lijden eronder. En dan is er ook nog de kwestie van de Palestijnen die gevangen zitten in Israëlische gevangenissen. De gevangenen moeten vrijgelaten worden of tenminste voor het gerecht gebracht worden, onder hen zijn vier tot vijfhonderd kinderen. Wij zijn ook gevangenen. Internationaal gaan is de enige manier, geen aanvallen, geen zelfmoordaanslagen. Elke zelfmoordaanslag is weer een paar stappen terug. De Palestijnen zijn niet sterk genoeg om de agressie te stoppen, om Israël te verslaan, zij kunnen ons in twee minuten vernietigen. Wij vragen ook niet om Israël te vernietigen, wij vragen rechten voor het Palestijnse volk. Wij kunnen ons niet van Israël afscheuren , we zijn op veel gebieden afhankelijk van hen: economie, landbouw, water. We moeten goed samenwerken om te kunnen overleven. Hamas en de radicale bewegingen vernietigen de zaak van het Palestijnse volk. Wij willen niet dat er Joodse mensen gedood worden. Sharon legt niet uit dat de bommen van de zelfmoordenaars gekocht worden in Israël. We moeten vreedzaam naast elkaar leven, zij aan zij. We zijn buren. We moeten aan het Israëlische volk uitleggen wat we willen. ’s Morgens werken of studeren onze mensen in Jeruzalem en ’s middags gooien ze stenen. Misschien moeten we de gebieden gewoon overdragen aan Israël, dan moeten zij zorgen voor de 2,5 miljoen Palestijnen (enkele dagen later verschijnt er inderdaad een bericht in de media in deze zin).

De Palestijnen ontbreekt het aan een efficiënt Ministerie van Informatie. Het grootste probleem is om goede informatie te geven aan de Westerse media. Op dit moment komt al het nieuws van Israël.
Over de verkiezingen: We hebben nieuwe, goede mensen nodig, maar zijn de goede mensen wel bereid om hun handen uit te steken. De bevolking staat zo ver van het politieke bedrijf af omdat ze bezig is met overleven van dag tot dag.

Na de lunch brengen we nog een bezoek aan de geboortekerk Bethlehem heeft altijd wel tot mijn verbeelding gesproken maar in andere tijden zou me dat wel interesseren, nu ben ik niet in de stemming om historische plaatsen te bezoeken, als de vrede uitbreekt dan kom ik daarvoor eens terug.
We moeten nederig buigen om door een lage deur , een ingang uit de zesde eeuw, de kerk binnen te gaan. Eigenlijk zijn het drie kerken, de Rooms Katholieke, de Armeense en de Grieks Orthodoxe kerk. We lopen over een originele mozaïek vloer naar de plaats waar men gelooft dat Jezus geboren is, over de oorspronkelijk stal zijn deze kerken gebouwd.
Weer buiten komen we een begrafenisstoet tegen met als eerste een man, die de deksel van de kist draagt. Wat verderop loopt de familie met de open kist waarin de dode, een oude man, goed te zien is. Heel de stoet moet door de lage ingang.

Jihan wordt aangeklampt door twee mannen die een winkeltje hebben, we worden uitgenodigd om hun zaak te komen bekijken. Natuurlijk kunnen we nu niet anders dan het een en ander kopen. Ze hebben aan ons een goede dag en het is hun van harte gegund. Achteraf bezien hadden we beter wat gekocht van het handwerkproject dat Jihan aan het opstarten is. Jihan brengt ons terug naar het checkpoint en wijst ons er nog op dat de Muur midden door deze straat zal lopen, de straat wordt finaal in twee gedeeld. We nemen afscheid van Jihan en beloven in contact te blijven en te blijven kloppen.

We raken zonder problemen door het checkpoint en nemen een sherut naar Damascusgate in Jerusalem. Van Damascusgate stappen we naar het YWCA (Young Womens Christian Association), waar de rest van de groep die middag heeft doorgebracht en waar we verwacht worden voor het avondeten. Na het diner nemen de meeste vrouwen de bus terug naar het hotel maar met z’n zessen besluiten we om de afstand te voet af te leggen. Janny uit Nederland kent de weg. Het wordt al wat donker en we lopen door de smalle straten van Oost-Jeruzalem. Onderweg gaan we nog een boekhandel binnen en ik koop daar “drinking the sea at Gaza” van de Israëlische journaliste Amira Hass .Samira uit Ixelles die aanvankelijk ook mee zou gaan, heeft me op dit boek gewezen. Amira Hass heeft lang in de Gaza strip gewoond en woont momenteel in Ramallah , ze is correspondente in Palestina voor de Israëlische krant Ha’aretz. Achteraf heb ik spijt dat ik ook niet het boek over de muur heb gekocht.

We komen in het hotel aan waar de groep aan het vergaderen is over wat we zullen doen met alle informatie en indrukken die we hebben opgedaan tijdens de Mars. Alle ideeën worden gegroepeerd onder verschillende thema’s. Na de vergadering gaan we zoals elke avond nog even verpozen in het internetcafé.Deze keer gaan Jennie en Ria ook mee. Jennie vertelt vol overtuiging aan Nicole en Lisa dat we in Bethlehem een opblaasbare kerststal gekocht hebben. Ze geloven het. Ik blijf wat langer zitten met Jette uit Kopenhagen.

top

DEMONSTRATIE AAN WEERSZIJDEN VAN HET QALANDIA CHECKPOINT

Zaterdag 10 januari: Vandaag staat er een demonstratie aan twee kanten van het Qalandia checkpoint op het programma. Aan de Palestijnse kant demonstreren de Palestijnse vrouwen aangevuld met internationale vrouwen van onze groep, aan Israëlische kant Israëlische vrouwen ook aangevuld met internationale vrouwen.

Ik kies voor de Israëlische kant van het checkpoint. We vertrekken met de bus en worden onderweg al tegengehouden door soldaten. We mogen niet verder, het gebied is afgesloten. Gila, buitengewoon onderhandelaarster, praat met de militairen en vraagt hun officier van dienst te spreken. We wachten rustig af en uiteindelijk mogen we doorrijden. Bij het checkpoint aangekomen zien we van verre de spandoeken van onze zusters aan de andere kant. We rollen onze spandoeken uit en knopen gesprekken aan met de Palestijnen en de soldaten, we proberen uit te leggen , voor zover ze ons Engels verstaan, waarom we hier zijn en wat we doen. Het is de bedoeling dat we na de demonstratie door het checkpoint naar de andere kant gaan en dat we met de vredesband van Kori uit Noorwegen een brug bouwen tussen Israël en Palestina. Daarop volgt een persconferentie en een afscheidsdiner met de Palestijnse vrouwen in Ramallah. Aan de Palestijnse kant is veel pers aanwezig. De Israëlische pers aan onze kant heeft het af laten weten, zoals gewoonlijk. Het wordt al vlug duidelijk dat we niet door het checkpoint zullen geraken. Mieke en ik proberen nog zo onopvallend mogelijk met de stroom mee te lopen maar als ze ons buitenlands paspoort zien worden we teruggestuurd. Jannie raakt het verst en discussieert met de militairen totdat deze zeggen “als je nu niet weggaat dan sluiten we het checkpoint af en kan er niemand meer door”. Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling want dan moeten de Palestijnen aan weerskanten uren wachten om op hun bestemming te geraken.

top

RAMALLAH: AFSCHEID VAN ONZE PALESTIJNSE ZUSTERS

We spreken af dat we met de Internationale vrouwen bij een ander checkpoint , een uur rijden, proberen om toch binnen te raken, de Israëlische vrouwen gaan terug naar Jeruzalem want zij mogen zo wie zo niet binnen, Ria gaat met haar vriendinnen mee. Met de bus rijden we door de woestijn naar een tamelijk afgelegen checkpoint waar we eenvoudig na het tonen van onze paspoorten doorgelaten worden. We rijden Ramallah binnen. Ramallah is een grote moderne stad, met de zaterdagse drukte zoals in alle steden, smalle straten, veel winkels, alle bekende modemerken zijn present. We doen er meer dan een uur over om de plaats van afspraak te bereiken en komen net op tijd aan voor het afscheidsdiner in een restaurant op de zevende verdieping ergens in Ramallah. We krijgen als boodschap mee om “de ogen van de Israëliers te openen om de oppositie in Israël sterker te maken, want uiteindelijk zal de oplossing van de Israëliërs zelf moeten komen”. Dus: KEEP KNOCKING.

OOST-JERUZALEM: AFSCHEID VAN ONZE ISRAELISCHE ZUSTERS

’s Avonds in het hotel hebben we een afscheidsavond met de Israëlische vrouwen.
We krijgen ieder één minuut om onder woorden te brengen wat ons het meest getroffen heeft. Ik hoef daar niet lang over na te denken: de terugkeer van de Palestijnen aan het checkpoint Erez. De “Raging Grannies” onder leiding van Aliyah brengen een aantal teksten op de wijs van bekende liedjes. Ik heb een ontroerend fragment opgeschreven:

We zijn naar dit land gekomen om te bouwen niet om te vernietigen
Nee we willen geen moordenaars zijn
Nee we willen geen veroveraars zijn
We zijn naar dit land gekomen om te leven niet om te doden

Gila begint haar afscheid met de woorden van Margaret Mead: “never doubt that a small group of citizens can change the world, indeed it is the only thing that ever has”. Toen Torill twee jaar geleden met het idee van de mars bij haar kwam, zag ze dit in het begin helemaal niet zitten. Hoe moest ze dat allemaal georganiseerd krijgen. Nu zoveel later is ze blij dat ze mee in de organisatie gestapt is. Ze heeft drie heel drukke weken gehad en denkt nu aan morgen wanneer ze alleen achterblijft, temidden van de problemen.

Ze smeekt ons om Israël alstublieft niet op te geven (please don’t give up on Israël) en vrienden te blijven, hoezeer we allen, vooral de Israelische vrouwen, ook teleurgesteld zijn in Israel. Dus ook: KEEP KNOCKING ! We nemen afscheid van een zichtbaar ontroerde Gila.

Dat was het dan, nog een laatste verpozing in het internetcafé, met z’n allen deze keer. Morgen keren we terug naar België met een bezwaard gemoed en veel om over na te denken.

top

TERUG NAAR BELGIE

Het was voor mij een unieke ervaring om een week lang deze mars mee te maken in het gezelschap van zoveel vrouwen, waarvan de meeste al tientallen jaren actief zijn in de vredesbewegingen overal ter wereld. We hebben zowel in Israël als in Palestina kennis gemaakt met boeiende, sterke vrouwen, die blijven vechten voor een rechtvaardige vrede, en die aan ons zeggen dat wij de moed niet moeten verliezen en moeten blijven kloppen.
Waar halen ze de kracht vandaan.
Ik heb mijn Belgische reisgenoten leren kennen en contacten gelegd met een aantal boeiende vrouwen uit Nederland, Engeland, Denemarken, de USA en Noorwegen.
Nu is het aan mij om wat te doen met die ervaring.

top

terug naar "haar verslag"

 
top    
     
webdesign & foto's: Lieve Snellings last updated: 13 mei april 2005

© 2005 Vrouwen in 't Zwart Leuven